Vaandel

Het koninklijk besluit nr. 6158a van 22 september 1919 kende een standaard toe aan elk artillerieregiment. Z.M. Koning Albert I overhandigde de standaard van het 2de Artillerieregiment op 29 maart 1921 te Beverlo. Niettegenstaande de verschillende hervormingen van het leger behield het 2de Artillerieregiment, als actieve eenheid, zijn embleem tot 1940.

Op 27 mei ’s avonds werd de standaard overgebracht naar het hoofdkwartier van de 2de infanteriedivisie. De volgende dag werd het vaandel naar de Staf van het IVde Legerkorps gebracht en daarna toevertrouwd aan het Groot Hoofdkwartier, waar het doek werd verbrand. De leeuw werd op 2 maart 1945 aan het Koninklijk Museum van het Leger overgedragen.

In 1946 nam het 2de Artillerieregiment haar tradities weer op. Door een ministeriële omzendbrief van 28 juni werd de standaard opnieuw toegewezen aan het regiment en werd bepaald dat een nieuw doek diende vervaardigd te worden.

Op een plechtigheid in Brussel op 4 december 1946 overhandigde de commandant van het 2de Artillerieregiment uit 1940 de standaard aan de toenmalige Minister van Landsverdediging die hem op zijn beurt overhandigde aan de korpsoverste van het nieuwe regiment.

In 1951 werd het 2de Artillerieregiment hervormd tot het 2de Artilleriebataljon, welke de standaard als actieve eenheid bewaarde tot juni 2010.

Bij haar oprichting op 1 juli 2010 werden de tradities en de standaard overgedragen aan het Bataljon Artillerie.

De standaard draagt op de recto-zijde in het Frans en de versozijde in het Nederlands de opschriften: “VELDTOCHT 1914 – 1918 – IJZER – ANTWERPEN”